Skip to main content

“Ik inhammen? Moet jij nodig zeggen. Jij hebt meer haar op de zak dan op de schedel.” Als je grappenmaker Yannick Meijeringh (links op de foto, 26) en Rick Weggemans (30) voor het eerst hoort kletsen zou je niet denken dat de doelmannen van heren 1 in een paar jaar tijd bij HVC beste vrienden zijn geworden.

Het is ook niet altijd makkelijk. Op het veld zijn ze concurrenten van elkaar en daarbuiten zijn Yannick en Rick twee totaal verschillende type mensen. De een heeft een duidelijke mening en laat zich vaak horen. Weggemans volgt liever. Toch is er in de kantine van de club in Barger-Compascuum iets heel moois ontstaan tussen de keepers.

“Dat had ik vooraf nooit gedacht. Ik kende ook weinig jongens van de club en wist niet hoe het clubgevoel zou leven”, vertelt Yannick. Rick vult aan: “Na het kampioenschap in de hoofdklasse A is Albert Menzen gestopt. We zijn op het veld op elkaar aangewezen en zo zijn we misschien ook wel nog dichter naar elkaar toe gegroeid. Het vanzelfsprekende praatje over het keepersvak, je bent een team binnen een team, is steeds uitgebreider.”

Soort familie
De jongste van de twee speelde als tiener bij E&O een tijdje in de eredivisie. In 2015 besloot hij het eens bij HVC te proberen. “Ik ben misschien niet gemaakt voor de top”, grijnst Yannick, die het meeste aanleg van de twee heeft. “Bij HVC heb ik voor het eerst meegemaakt hoe het is onderdeel te zijn van een soort familie. Natuurlijk willen we wedstrijden winnen. Ik vind het prachtig dat we nu in de tweede divisie spelen, maar de avonden in de kantine maken mijn week. Dan is de druk van de ketel, praat je nog wat na over de wedstrijd en heb je het over het leven. Ja, dat laatste is nieuw voor me. In het begin heb ik ook weinig van mijn leven gedeeld.”

“De coronatijd heeft ook bijgedragen aan onze band”

“Ik had nooit gedacht op een donderdagavond bij Yannick langs te gaan om samen een biertje te drinken. Hij is toch een uitgesproken type. In het begin vond ik het maar een pipo. Maar door de jaren heen heb ik hem erg leren kennen en weet ik ook dat hij veel meer is dan alleen maar geschreeuw over bier”, lacht Rick. In 2013 kwam de doelman na omzwervingen via Hurry-Up en DOS terug bij HVC. “De coronatijd heeft ook bijgedragen aan onze band. Je ziet elkaar in kleinere groepjes en luistert beter naar elkaar. Dan voer je diepere gesprekken.”

Vrijwilliger voor de vereniging
Net als vader Jan, die een tijdje voorzitter van HVC was, is zoon Rick als vrijwilliger druk voor de vereniging. “Dat vind ik wel knap, hoor”, zegt Yannick voordat zijn collega onder de lat reageren kan. Rick: “HVC is mijn jeugdclubje en toen ik terug kwam wilde ik meteen wat voor de mensen uit het dorp betekenen. Dat heb ik ook een beetje met de paplepel ingegoten gekregen. Dat is ook een beetje de magie van HVC voor mij. Dat je het met elkaar moet doen. Nieuwe jongens, zoals Yannick destijds, gaan mee met die vibe. De bidonnetjes staan aan het begin van het seizoen niet klaar in het rekje.”

“De concurrentiestrijd staat onze vriendschap niet in de weg. We hebben elkaar ook in het veld nodig. Natuurlijk wil je als je op de bank zit en de ander staat niet goed op doel het team helpen. Maar dat werkt ook twee kanten op. Als Rick goed staat, moet hij blijven staan”, legt Yannick uit. Rick: “Ik heb dat rancuneuze gevoel sowieso nooit gehad. Ook niet bij andere clubs. Je staat op een positie waar door wisselen niet gebeurt. Als ik dan toch eens een keertje kwaad ben, dan op de trainer.”

Dansen op de tafel
De serieuze toon maakt plaats voor een meer jolige. Uiteraard begint Yannick: “Van welke eigenschap van Rick ik kan genieten? Dat theater maken. Ja, toch? Hij is een geboren voetballer.” Rick kan wel om zijn compagnon lachen. “Ach, ik moet Yannick ook wel een beetje gelijk geven. Soms moet je er wat van maken. Zeker op ons niveau. Ik ben geen grijze handballer. Er komt wel kleur af.”

“Van welke eigenschap van Rick ik kan genieten? Dat theater maken”

“Hij kan ook goed dansen als-ie dronken is”, lacht Yannick. De beide heren delen niet alleen dezelfde positie. Tijdens feestjes staan ze samen op tafel. Rick: “Yannick zorgt altijd voor sfeer. Hij zorgt voor een leuke energie. Stiekem kan ik hard om hem lachen. Maar dat moet je niet te vaak over hem zeggen, hoor. Je moet er ook geen tien van hebben. Eentje is meer dan genoeg. Gelukkig hebben wij die.”

Nederlands kampioen
Yannick kijkt Rick indringend aan en denkt na over een goede comeback. Snel wordt een nieuwe vraag aan de selectieleden van de hoofdmacht van HVC gesteld. Wat Yannick nog in het tenue van HVC wil bereiken? “Het Nederlands kampioenschap Beach Handball winnen. Op het zand zijn we nog meer waard dan in de zaal. Met Beach Handball doen we mee met de top.” Het doel van Rick is meer bescheiden: “Op zijn minst weer in actie komen. Ik mis de mensen van de club en wil weer wedstrijdjes spelen. Het liefst speel ik met deze groep nog een paar jaartjes in de tweede divisie.”

Yannick is het eens met zijn vriend: “Ja, het is belangrijk de jongens bij elkaar te houden. We moeten niet voor lief nemen wat we met elkaar hebben. We zijn een echt team. Denk eens aan al die avonden in de kantine. Op vrijdagavond zitten we er soms tot diep in de nacht. Dan zijn de gesprekken het meest echt en diep.” Rick, die vaak het zegje van zijn positiegenoot afwacht, vult wederom aan: “We zijn buiten het veld een sterk team. Nu nog binnen het veld.”

Leren als mens
“Ik ben als beginnende twintiger bij HVC gekomen en heb in een aantal jaar tijd bij deze vereniging heel veel geleerd. Als speler, vrijwilliger, maar ook als mens. Het vele organisatoren en mensen in beweging brengen vormt je”, besluit Rick. Het laatste woord is, natuurlijk, voor Yannick: “Ja, natuurlijk, winnen is mooi. Maar het teamgevoel is uniek. Heren 1 heeft vorig seizoen niets gewonnen, maar je hoorde geen mens klagen. De band die je met je teamgenoten krijgt is onbetaalbaar.”